Stotteren is een stoornis in het vloeiende verloop van de spreekbeweging. Stotteren kan zich uiten in het herhalen van klanken of woorddelen, het aanhouden van klanken of het blokkeren bij het op gang komen van de stemgeving en de articulatie. Naarmate de stoornis ernstiger wordt, treden secundaire gedragingen op. We zien dan bijvoorbeeld negatieve emotionele en cognitieve reacties. Deze kunnen resulteren in spreekangst en vermijdingsgedrag. Stotteren begint nagenoeg steeds tussen het tweede en het zevende levensjaar. Vroegtijdig ingrijpen is cruciaal om een negatieve ontwikkeling van het stotteren te voorkomen.
Broddelen is een stoornis in het spreken, die zich uit als een niet-vloeiende, moeilijk verstaanbare spraak. Opvallend zijn een slappe uitspraak, een hoog spreektempo, het ineenschuiven van woorden, snelle woorden klankherhalingen, en moeilijkheden met het formuleren van gedachten, ook schriftelijk. Het spreken is niet op de luisteraar gericht, en deze zal dan ook vaak reageren met "Wat zeg je?". Vaak is de spreker zich hier niet van bewust.
Hoewel broddelen soms op stotteren lijkt, is het toch iets anders. De oorzaak van broddelen is terug te voeren op een onvoldoende rijping van het centraal zenuwstelsel. De spraak- en taalontwikkeling verloopt daardoor niet evenwichtig. De volle omvang van het probleem wordt pas duidelijk rond de zevenjarige leeftijd, als de periode van de spraak- en taalontwikkeling voltooid is.
Stotteren en broddelen kunnen ook samen voorkomen.
Wanneer de ontwikkeling van het taalbegrip en/of de taalproductie anders of trager verloopt in vergelijking met leeftijdsgenoten, spreekt men van een taalontwikkelingsstoornis. Kenmerken hiervan zijn: een beperkte woordenschat, woordvindingsproblemen, een beperkte en/of foutieve zinsbouw, beperkt taalbegrip, zich moeilijk verstaanbaar maken.
Het is onze taak als logopedist om na te gaan of deze problemen voortvloeien uit een onderliggende vertraagde spraak- en taalontwikkeling. Tijdig signaleren en ingrijpen is cruciaal om frustraties bij uw kind en de omgeving te voorkomen en de achterstand zoveel mogelijk te beperken of zelfs in te halen.
Hieronder vindt u een aantal belangrijke stappen in de spraak- en taalontwikkeling van een kind.
Wanneer de r na de leeftijd van 5,5 jaar ofwel midden derde kleuterklas nog niet beheerst is, doet u best beroep op een logopediste. Zo kan de r aangeleerd worden en is er voldoende tijd tot uw kind start met het lezen in het eerste leerjaar.
Op een bepaalde leeftijd moet uw kind dus bepaalde spraak- of taalpatronen verworven hebben. Indien dit niet het geval is, dan is het advies van een logopediste aangewezen.
Indicaties voor doorverwijzing:
Wanneer kinderen of volwassenen onduidelijk of onverstaanbaar spreken, kan er een articulatieprobleem aan de basis liggen.
Tijdens de spraakontwikkeling leren kinderen stap voor stap klanken vormen en uitspreken, om deze daarna ook te gebruiken in woorden. Op vijfjarige leeftijd moeten alle klanken verworven zijn. Bij sommige kinderen is niet de productie van de spraakklanken het probleem, maar wel het correct gebruiken van deze klanken bij het vormen van woorden.
Zowel kinderen als volwassenen komen in aanmerking voor articulatietherapie.
Sommige kinderen ondervinden moeilijkheden op school met lezen, schrijven en/of rekenen. Ze geraken gedemotiveerd en lijken geen vooruitgang meer te boeken.
Soms gaat het om leermoeilijkheden waarbij de achterstand (deels) weer kan ingehaald worden. Als de problemen hardnekkig voortduren, ook na intensieve begeleiding (minstens 6 maanden), dan kan het gaan om een leerstoornis.
We maken het onderscheid tussen 3 leerstoornissen:
Een leesstoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem bij het aanleren en vlot toepassen van het correct lezen en/of het spellen op woordniveau. Als kinderen leren lezen en schrijven, leren ze letters te koppelen aan klanken en klanken te koppelen aan letters. Voor elk kind is dit een moeilijk proces, maar door het herhaaldelijk oefenen, wordt dit geautomatiseerd. Bij kinderen met dyslexie is er dan net een duidelijk automatisatieprobleem aanwezig.
Een rekenstoornis waarbij het kind het onvermogen heeft om tot correct rekenen te komen. De rekenachterstand komt niet overeen met het vermogen tot leren op andere schoolgebieden (zoals lezen en schrijven). Het automatiseren komt maar niet of moeizaam tot stand. Vaak heeft een kind met dyscalculie weinig (ruimtelijk) inzicht, moeite met klokkijken en geen sterk geheugen.
Een schrijfstoornis dat sterk verwant is met dyslexie en beide leerstoornissen komen vaak samen voor. Er is het onvermogen om tot correct schrijven te komen. Het correct analyseren van hoorwoorden, het kunnen memoriseren van onthoudwoorden en het kunnen toepassen van spellingsregels verloopt zeer moeizaam.
Door de maatregelen van het coronavirus laat de overheid het toe om logopedische sessies online aan te bieden. Dit onder de vorm van telelogopedie.
Benodigdheden:
Werkwijze:
Deze cursus is bedoeld voor ouders van kinderen die stotteren. In zes thema's gaan we dieper in op wat stotteren precies is hoe jij als ouder kan bijdragen aan een positieve ontwikkeling van het spreken van je kind.
De cursus bestaat uit videomateriaal, verwerkings- en reflectieopdrachten, slides en 3 vragensessies via Zoom. Je krijgt 3 maand lang toegang tot al het cursusmateriaal.
Je kan deelnemen als je met je kind op therapie komt in onze praktijk of bij een andere collega of als je zelf op zoek gegaan bent naar meer informatie over stotteren. Stuur gerust een mail bij interesse of vragen.
De cursus aankopen kan hier: https://sprekenderwijs.thinkific.com/